Na ruim twee weken roze wolk en genieten van het gezinnetje, begonnen de laatste paar dagen de spanningen weer wat terug te komen en kwamen onze voeten weer een heel stuk dichter bij de aarde. Vandaag, woensdag 13 augustus, toevalligerwijs de eigenlijk uitgerekende datum van Suus, moesten we namelijk weer naar het ziekenhuis in Rotterdam. Dit keer niet voor een echo van de baby, of consult bij een gynaecoloog, maar voor een gesprek met de kinder uroloog, een gesprek over het slechte niertje van onze Suus. Na tweeënhalve week van geluk, had de realiteit ons weer ingehaald en zouden we te horen krijgen hoe het nu met het niertje van Suus gaat en belangrijker nog, wat dit betekent voor haar en wat het ziekenhuis er aan wil gaan doen.

Suus onbezorgd liggend in de box; geen last noch besef van haar cystenniertje
Met z’n drietjes dus op weg naar Rotterdam, terwijl Teun lekker bij Opa en Oma aan het spelen was. Net op tijd kwamen we aan in het ziekenhuis en na een minuutje of tien wachten, in de mooi voor kinderen ingerichte wachtkamer, waren we dan ook aan de beurt. Na handjes te hebben geschud met de kinder urologe, toevallig Suzanne genaamd, begon voor ons het toch wel spannende gesprek. Eindelijk meer duidelijkheid, eindelijk weten waar we precies aan toe zijn. En tot onze grote opluchting werd ons al heel snel duidelijk dat het allemaal enorm mee viel. Natuurlijk zaten die cysten er en natuurlijk had dat niertje, naar alle waarschijnlijkheid, geen functie meer en natuurlijk was dat rechterniertje wel vele malen groter dan het goed werkende linker niertje, maar toch voorzag de specialiste geen problemen en dus wij, opgelucht als we waren, ook niet. Kortom, een pak van ons hart.
Op basis van de echo, die al op de dag van geboorte op Suus was uitgevoerd, kon de kinder urologe ons vertellen dat de cysten wel groot waren, maar niets in de weg zaten en dat zij ze al geregeld nog groter had gezien. Ze verwachte ook niet dat ze nog veel zouden groeien en dat ze eerder de komende tijd zouden gaan slinken. Kortom, niets om ons erg ongerust over te maken, eerder nieuws om opgelucht over te zijn. De rest van het gesprek was ook alleen maar goed nieuws, althans in onze beleving. Zo hoorde we tot onze grote verbazing dat we niet elke maand op controle hoefden te komen, maar dat we over tweeënhalve maand pas weer terug hoeven te komen voor een echo (van het niertje) en weer een gesprek/consult. Daarnaast wilde ze ook rond die tijd een scan (met een soort contrast vloeistof) uitvoeren die wel enige uren in beslag neemt, maar die nodig is om te kijken of het slechte niertje inderdaad echt geen functie meer heeft. En als dan zowel de echo als de scan verder geen grote problemen uitwijzen en het niertje inderdaad geen functie heeft, mogen wij als ouders zelf de keuze maken of het niertje er nu uit moet of niet.

Zou Suus al aangeven met hoeveel niertjes ze straks door het leven wilt?
Indien er wel problemen worden geconstateerd, zal het niertje er natuurlijk gewoon uit moeten, maar als dat dus niet zo is, is het verder aan ons, de ouders. Het kan dan geen kwaad om het cysten niertje gewoon te laten zitten, hoewel het laten zitten van het slechte niertje wel kan leiden tot een verhoogde bloeddruk en Suus dan vaker op controle zal moeten komen. Uiteraard kan het niertje ook gewoon verwijderd worden, wat eigenlijk een lichte ingreep is (die ze het liefst doen als het kindje 6-8 maanden oud is) en waarbij ze dan in een operatie een klein sneetje (zo’n 4 tot 5 centimeter) maken waarlangs ze eerst de cysten leegzuigen, om daarna het niertje er langs uit te halen. Voor beide is natuurlijk wat te zeggen en we zullen hier ook nog wel hard over na moeten denken, maar voorlopig heerst bij ons de opluchting en zullen we eerst nog lekker tweeënhalve maand gaan genieten van onze mooie dochter en de echo en de scan maar gewoon afwachten.

Dag ziekenhuis, tot 21 oktober
Na verder nog een kort onderzoekje op Suus, te horen te hebben gekregen dat ze de komende maanden nog aan de antibiotica moet blijven en nog wat vragen beantwoord te hebben gekregen door de kinder urologe, konden we eigenlijk weer gaan. Met een opgelucht gevoel en een afspraak voor 21 oktober (voor echo en consult) zat het gesprek, waar we ons (met name Didi) zorgen over maakten, er al weer op. Restten ons niets anders meer dan het ophalen van de oplader van Didi’s mobiele telefoon (die we hadden laten liggen op de dag van de geboorte van Suus) en een bloedprik bij Suus, welke nodig is om te testen op creatinine, een stof die het spierweefsel in het lichaam aanmaakt en die door de nieren wordt afgebroken. Een te hoog creatinine gehalte zou namelijk kunnen uitwijzen dat het linker niertje, het goede niertje, toch niet helemaal goed werkt. Dus dat betekende voor ons nog een tochtje naar de derde verdieping in het Sophia kinderziekenhuis al waar Suus in een erg leuke ingericht kamertje haar tweede prik in haar nog korte leventje heeft gekregen (de eerste was de hielprik van ruim een week geleden). Voor diegene die zich, net als wij deden toen we hoorde dat Suus moest worden geprikt, afvragen waar ze dan bij een baby voor bloed prikken; dat doen ze dus in de hiel, waarna ze enkele malen in het voetje knijpen om zo maar voldoende bloed uit het wondje te laten komen en op te vangen in een buisje. Uiteraard vond Suus dit iets minder prettig en moest ze wel eventje huilen. Maar na de laatste kneep in haar voetje, het plakken van de pleister op het wondje en nog twee korte snikjes, viel mevrouw, doodleuk, gewoon weer lekker in slaap.

Hoor ik daar het woord Carnaval?
Al met al dus een erg spannende dag voor ons en Suus, maar ook eentje van grote opluchting. Geen grote operaties op een net geboren Suus, geen (twee)wekelijks controles en reisjes naar Rotterdam, maar gewoon de komende tijd weer verder gaan met lekker genieten en dan pas weer over tweeënhalve maand voor wat controles naar het ziekenhuis. En zoals het er nu naar uit ziet, misschien dan ergens rond Carnaval volgend jaar een kleine operatie en daarna, buiten misschien nog wat controles, verder nooit meer iets met dat niertje van doen te hebben. En een Suus die de rest van haar (hopelijk lange, gelukkige en gezonde) leven er nooit meer last van heeft. Want met één nier kun je prima leven en zoals ons keer op keer wordt verteld, zelfs honderd worden.